Foutmelding

Het veld Math question is verplicht.

Uit de oude doos

Naar aanleiding van het recente overlijden van Jaap Mennema dook ik weer eens het MIX-archief in. Daar kwam ik een oud artikel in uit het jaar 2012. MIX bestond 100 jaar en Bert en ik schreven over 20 jaar redactiewerk in ijzerwaren en dhz.

"‘Jullie weten niet waar jullie mee bezig zijn’"

MIX bestaat 100 jaar. Bert Hoogeland en Marc Nelissen zijn samen goed voor een slordige 35 MIX-jaren en maakten, uiteraard, heel bijzondere dingen mee. Verhaaltjes uit de recentelijke ‘oude doos’ waaruit blijkt dat redacteuren niet altijd over geëffende paden lopen…

Ga eens even een uurtje aan tafel zitten, blader wat edities door en de eerste lachspieren spannen zich al aan. Bert begon zijn MIX-carrière in 1994 en viel meteen met de neus in de boter. “Ik had net mijn laatste sollicitatiegesprek gehad met Frans van Miert bij McDonalds in Beuningen. Een bijzondere locatie, maar die lag op loopafstand van de nieuw te openen Wirichs. Nadat het contract ondertekend was, liep ik met Frans door een zijdeur de winkel in. Hij legde mij uit hoe een bouwmarkt opgebouwd was, maar vooral ook wat er in deze vestiging niet deugde. Vervolgens maakte hij op zijn manier de toenmalige directeur Chris van den Eijkel duidelijk dat ‘die Duitsers’ toch echt geen kaas hadden gegeten van de Nederlandse markt. ‘Jullie weten niet waar jullie mee bezig zijn’, zei hij. ‘Nederlanders hebben niets met bruin.’ Ook al verdiende zijn aanpak niet altijd de schoonheidsprijs, Frans was een vakman in hart en nieren en kende echt de hele branche op zijn duimpje. Ik heb er echt veel van opgestoken.”

Onderlinge steun

Voor Marc begon het MIXpress-avontuur anderhalf jaar later. Hij werd de eerste weken opgezadeld met allerlei flutklusjes, nadat hij een uitgebreide branchebriefing had gehad van Frans. “Ik kreeg een heel college over samenwerkingsverbanden, ketens, leveranciersgebonden en ongebonden groothandels waarbij alle mogelijke constructies op een whiteboard werden gevisualiseerd. Vervolgens begon ik aan mijn eerste verhaal: de krasvaste verven. Sigma kwam met Histor Endura, Akzo in diezelfde week met Flexa Carat, of andersom. Toen we het blad aan het afsluiten waren, belde een van de betreffende marketingmanagers mij op met de opmerking dat hij, als wij dit verhaal gingen plaatsen, voor geen stuiver meer zou adverteren in MIX. Frans stond achter ons en sprak de legendarische woorden: ‘Je adverteert niet voor mijn pensioen?’.”

Het duo ging de eerste weken samen op pad. Zo bezochten ze samen de Hexagon-award uitreiking van de Black & Decker en gingen ze op interview bij HDB-voorman Ruud Deuster in Bilthoven. “Ja, we reden vanuit Weert, waar we een updateseminar van Briggs & Stratton bijwoonden, naar de Kinepolis in Antwerpen met de bedrijfs-Peugeot: de auto hing van ellende aan elkaar en met een beetje geluk hielden we het bij slecht weer droog in de cabine. Komen we daar in Antwerpen aan, staat er al een hele stoet dikke auto’s voor ons te wachten. De studenten die waren ingehuurd om de auto’s te parkeren, keken verlekkerd naar de bolides totdat wij stopten. Een student kwam niet al te vrolijk aanlopen om onze auto weg te zetten. Toen konden we het toch niet nalaten om hem te vragen om héél voorzichtig te zijn met onze auto”, lacht Bert.

Harde, verbale noten

In Bilthoven verliep de ontvangst toch iets anders. Deuster begroette Marc als ‘nieuwe smurf aan het dhz-firmament’. Na wat informele woorden pakte Deuster de MIX waarin we op de nieuwspagina uitvoerig hadden bericht over de transformatie van Houtland naar Hubo. Hij was daar niet zo over te spreken. “In het artikel kwam een voormalig Houtland-ondernemer aan het woord die door de Hubo-reclame per dag toch zo’n 5 à 6 nieuwe klanten had gekregen. Deuster vroeg op subtiele wijze wie dat stukje geschreven had. Dat was Bert. Vervolgens barstte hij los. ‘Voor die paar stuivers heb ik een reclamecampagne van een paar ton niet in gang gezet! Dit stukje is badinerend. Fuck you, Alex (waarmee hij Bert verwisselde met diens voorganger, red)! Marc zat verbijsterd te kijken, maar na een dik kwartier was de storm geluwd en konden we ons interview afnemen. Maar voor de rest was Deuster een hele geschikte man, hoor. Het was, volgens mij, zijn tactiek om jou eerst te overrompelen”, glimlacht Bert.

Ook Marc ondervond aan den lijve dat gesprekken met de hoge bomen van de branche vaak niet makkelijk zijn. Zo spitsten zijn collega’s altijd hun oren als Reesink-roerganger Bernard ten Doeschate de redactie belde en expliciet naar Marc vroeg. “Tja met Ten Doeschate had ik altijd een bijzondere band. Een van de weinige mensen die ik steevast met ‘u’ ben blijven aanspreken trouwens”, blikt hij terug. “Het begon allemaal in de tijd dat Van der Meché met Multimate begon. Ieder MIX-bericht daarover werkte als een rode lap op een stier op Ten Doeschate. Zeker ook omdat Fixet destijds zelf veelbesproken was wegens een ‘spannend’ franchisecontract. En als we dan ook nog kritische vragen stelden over de bestemming van de revenuen van Fixets webshop, belde hij briesend op.”

Er was echter ook een tijd waarin Ten Doeschate MIX maar al te graag wilde informeren. “Toen de Van Herk-groep Reesink wilde overnemen, schermde hij naar de aandeelhouders met white knights, andere partijen die Reesink voor veel meer geld zouden willen overnemen. Belde hij mij ’s avonds laat op om daarover te filosoferen, waarbij eventuele speculaties in de MIX hem vanzelfsprekend in de kaart zouden spelen in de politiek naar de aandeelhouders.” De laatste schermutselingen verliepen echter weer geheel in stijl. Marc: “In de aanloop naar de fusie tussen Reesink en Ter Hoeven was Ten Doeschate het niet eens met de berichtgeving in MIX en maakte hij me letterlijk uit voor vieze vuile rioolrat. Toen ik het gesprek beëindigde, kreeg ik nota bene een e-mail van hem waar hij dat zwart op wit nog eens overdeed.”

Mensenlief- en leed

Als je al een tijdje meeloopt in een sector, leer je heel wat mensen en bedrijven kennen. Al pratende passeren heel wat meer namen de revue die een brede lach op de gezichten brengen. En schitterende anekdotes opleveren. Zoals Paul van der Meché, de oprichter van Multimate, die de eerste jaren na zijn vertrek bij Reesink steevast een A4’tje bij zich had met een heel verhaal waarom hij bij Reesink was weggegaan. Of Ton Wortel, directeur van Marktkauf Nederland, die in het begin gewoon steevast interviews met ons weigerde omdat MIX anti-bouwmarkt zou zijn. Dat kun je je nu niet meer voorstellen: anti-bouwmarkt. Bert: “Misschien is dát ook wel het fascinerende in ons beroep. Er lopen geen twee dezelfde figuren rond op deze aardkloot, heb ik het idee. Ik ben wel een mensenmens en ben altijd benieuwd, welk persoon ik ontmoet. En het komt ook voor dat je je enorm in personen kunt vergissen. Zo ontmoette ik bijvoorbeeld Ruud Nieuwenhuis in mijn beginjaren op een stand op de Cersaie in Bologna die mij erg bot en kortaf afserveerde. Een paar jaar later organiseerden wij met Dähne Verlag een studiereis naar Istanbul: ik zou de Nederlandse deelnemers in Frankfurt opvangen en wie kwam daar aan? Precies, de man die mij zo enorm afgepoeierd had in Italië. Leuk vooruitzicht! De volgende dag spraken we wat met elkaar en ’s avonds was het hek van de dam: we hebben in de bar van het hotel zó gelachen dat de tranen mij over de wangen liepen en mijn kaken pijn deden. Ook de jaren daarna ging elke ontmoeting gepaard met vreselijk veel gelach. Zijn overlijden raakte mij dan ook. Dan gaat het contact toch iets verder dan het obligate branchepraatje. Zo kan ik nog wel meer gevallen opnoemen.”

Ook Marc kent heel wat leuke en minder leuke ontmoetingen. “Ik begon echt als lekenbroekie, maar als je bij MIX je ogen en oren goed de kost gaf, kon je heel snel wegwijs worden in de branche. Je kwam namelijk overal en kon met deze en gene spreken. Het interview met Paul Mennema – zoon van – is me altijd bijgebleven. Hij vertelde daar trots over het private label e-gereedschap dat ze voor Praxis maakten, inclusief introductiedata. Gevolg: Gamma zette er een prijsstunt tegenover, weg introductieaantallen, weg budget, weg private label, weg Paul Mennema. Dat leidde tot het spraakmakende bericht: ‘Jaap is back’.”

Bijzonder leuk voor Marc waren onder andere het afscheidsinterview met Hans Steenman – mister doe-het-zelf –  in zijn privéachtertuin, of het bezoek aan het kersverse DGN, enkele jaren geleden, waar ze op een whiteboard een kwartaalplanning hadden staan waar de integratie van Fixet op voorkwam. Ik zag dat en meende de scoop van het jaar te hebben. Maar toen ik de gastheer daar op wees, lachte hij zich kapot, draaide hij het bord om en toonde  mij de tekst: ‘Grapje, Marc’. Had ‘ie me mooi te pakken.”

Lachen in het buitenland

Met een brede glimlach kijken beide ‘MIX’ers’ terug op de vele evenementen die ze bezocht hebben. Beurzen, openingen, afscheidsfeesten, fabrieksbezoeken, ‘snoepreisjes’, ze hadden altijd wel een ludiek tintje. Tijdens de hoogtijdagen van de Eisenwarenmesse en de Gafa/Spoga waren Marc en Bert altijd wel ’s avonds in de stad terug te vinden. Branchegenoten kwamen hen altijd wel tegen in de Ierse pub waar tot in de kleine uurtjes nog heel wat zakelijkheden werden doorgenomen. “Maar het begon al veel eerder”, vertelt Marc. “Zondagmiddag om 12.00 u. nodigde de beursdirectie alle journalisten uit voor een perslunch. In een chique zaal werd, na een korte toespraak, een uitstekend warm buffet geopend. En uiteraard kregen de glazen nauwelijks kans om leeg te worden. Zodoende begon je al met pap in de benen aan de beurs. Gelukkig is dat niet meer zo.” “Ja, en wat te denken van het galafeest destijds, voorafgaand aan de beurs?”, vult Bert aan. “Dat was van hetzelfde laken een pak. Toen ik net bij MIX was, ben ik één keer meegegaan. Ik weet nog dat heel veel gasten een beetje vreemd keken naar dat rare, minder goed geklede volk aan de perstafel. Wat mij wel bijbleef, is dat die tafel zich de hele avond hetzelfde bleef gedragen, terwijl in de rest van de zaal mensen van naam aanwezig waren die de grens van het acceptabele opzochten en zelfs overschreden. Ik ben er vervolgens nooit meer geweest. Maar ook deze feesten zijn passé. Wel bijzonder waren de ééndaagse beursreizen naar Zuid-Europese oorden. Ik kan me nog een dag op de Cevisama herinneren in Valencia, destijds een nieuwe beurs. De primeur leverde weinig opzienbarend nieuws op, dus kwam ik de volgende dag met een aardig bruin hoofd op de redactie. ‘Lekker buiten geluncht’, heette het dan, met een knipoog naar Marc.”

Calorierijke DHZ-Sessie

En ander evenement is de Nationale DHZ-Sessie, het jaarlijkse branchefeestje dat MIX zélf organiseert. Dat levert elk jaar ook weer voldoende, ludieke gespreksstof op. Van de zolder van Slot Zeist via Figi en de Broederkerk verhuisde het evenement naar de bordeelachtige entourage van het Casino en later naar het inmiddels terziele gegane the Open in Tiel. “De beste sessie die we hebben meegemaakt, was de editie met Manfred Maus en John Herbert”, concludeert Marc. “Het was bijzonder om te zien hoe Herbert bij een technisch probleem de zaal trakteerde op smeuïge grapjes. Geweldig! En dan de uitreiking van de Gouden Spijkers. Dat leverde al in de voorfase flink wat hilariteit op. In de tijd dat iedereen op leveranciers kon stemmen, ontvingen we gekopieerde formulieren of tig formulieren met hetzelfde handschrift. We hoorden zelfs dat vertegenwoordigers op pad werden gestuurd met cadeautjes voor hun klanten met het verzoek om toch maar op hen te stemmen. Onvoorstelbaar, maar waar. Heel veel van dat soort praktijken waren voor ons doorzichtig, zodat we maatregelen konden nemen.” “En de dagen erna waren en zijn ook memorabel”, lacht Bert. “Vroeger stuurden we het fotorolletje op naar de fotograaf en als de afdrukken vervolgens klaar waren, begon het gelach. Regelmatig stonden er mensen op die gewoon aan ’t slapen waren! Die foto’s gebruikten we natuurlijk niet. Of er stond iemand voor de deur met een enorme taart van een prijswinnaar die ontzettend blij was. Eén keer was ie zó groot, dat het plaatselijke bejaardenhuis ook heeft gedeeld in de feestvreugde! Oh ja, en één keer mochten we zelf uitrukken met een taart. Er was een rekenfout gemaakt, waardoor er nóg iemand een Gouden Spijker verdiende. Toen zijn we nog naar Weert gereden met een taart om Kees van Beek, destijds werkzaam bij Frencken, te feliciteren.”

Monologen

Marc en Bert zouden een heel blad kunnen vullen met smeuïge verhalen, schokkende gebeurtenissen en gezellige brancheverhalen, maar de fragmenten die ter sprake kwamen, geven een beetje aan hoe het leven van een vakredacteur er de laatste twee decennia uitziet. Waarbij zeker de beginperiode mooie gespreksstof oplevert. “Ja, we hebben in die eerste jaren heel wat leuke dingen meegemaakt. Onze redactieruimte was een oud winkeltje aan een hertenkamp in Berlicum. We hadden één telefoonlijn die tevens ook faxlijn was. En de fax moest nog handmatig worden geactiveerd. Dat leverde echt wel wat kolderieke taferelen op. Degene die bij de fax zat, was in ieder geval altijd de klos. Ook herinner ik me nog een interview met de oud-directeur van Boerenbond, Henk-Jan Hoving, nog als de dag van gisteren. Ik reed met Frans naar Veghel, waar destijds het hoofdkantoor zat. Het gesprek begon en Frans gaf Hoving een lesje in dhz-retailen, want de directeur kwam uit de foodsector. Ik zat er voor Piet Snot bij en kon geen concrete, bruikbare zaken optekenen. Totdat Hoving op zijn klok keek en zei: ‘Heren, ik heb nog 5 minuten, dus als jullie nog iets willen weten over Boerenbond, dan graag nu.’ Frans keek verschrikt op, draaide zijn hoofd naar mij en zei: ‘Eh, heb jij iets te vragen?’ En het onvoorstelbare is, dat er ook nog een kloppend verhaal uitrolde van 1,5 pagina.”

Afscheid

Een hoofdstuk op zich vormen de diverse afscheidsvieringen. Bijzonder indrukwekkend was het afscheid van Jaap Mennema waar Marc een kijkje ging nemen. “Nou, dat was inderdaad groot feest. Iedere genodigde verscheen in een chique galakostuum en vergaapte zich aan een keur van bekende Nederlandse artiesten. Zo verscheen o.a. Lee Towers ten tonele en werd Mathilde Santing nog even ingevlogen. Zij had net een concert elders gegeven, maar trad ook nog even voor Jaap op. Heel bijzonder. Maar uiteraard hebben we ook heel wat soberdere afscheidsfeesten meegemaakt. Ik herinner me ook nog de borrel van Hans Hortensius toen hij afscheid nam van Idee voor Vakwerk. Daar nam Hans Nijland, voorzitter van FC Groningen, het woord en vertelde daar schitterende verhalen, zo uit de losse pols. Idee was destijds shirtsponsor van de Groningers en Hans overhandigde Hans een mooie, ingelijste vergroting van zichzelf en Arjen Robben. Heel bijzonder.”

Advertentie

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief